Je bent succesvol ingelogd op Mijn ANVR
Uitloggen
Intranet

Skip Navigation LinksWaarom geen vakantiebelasting

Je bent hier:
ANVR  >  Nieuws

Persbericht
Waarom geen vakantiebelasting

Donderdag 6 september 2007
Het is (nog) niet duidelijk wat de overwegingen zijn van het kabinet om een vakantiebelasting (vliegbelasting) in te voeren. In de tekst van het regeerakkoord van februari jl. wordt met geen woord gerept over vakantie- of ticketbelasting.

Ook wordt niet uitgelegd wat dit concreet betekent voor de Nederlandse consument. De heffing staat alleen als bezuinigingsmaatregel (met een opbrengst van 350 mln. per jaar) opgenomen in een bijlage van het akkoord. De ANVR heeft berekend dat dit gemiddeld € 24 per persoon (ticket) gaat kosten.

Er zijn vele argumenten om ons te verzetten tegen de invoering van deze belasting. Wij geven U de vijf belangrijkste:

1. De vakantiebelasting is een pure heffing, terwijl de Nederlander geen alternatief heeft
Een eerlijke heffing geeft de consument de mogelijkheid een ander, beter alternatief te gebruiken. Voor het meeste vliegverkeer is echter geen goed alternatief. Wil het kabinet soms dat iedereen voortaan met de auto naar Spanje of Griekenland gaat?
De heffing komt dus neer op een prijsverhoging, omdat er geen alternatief is. Is het dan wel redelijk om een belasting in te voeren op vakantie?

Voor het bedrijfsleven geldt dat Nederland een handelsnatie is, waarbij internationale contacten broodnodig zijn. Hiervoor moet je -soms- naar de klant toe. Op grond van tijd en geld gebeurt dat veelal per vliegtuig. Als dit veel duurder wordt, bemoeilijkt dit de internationale handel en betaalt de Nederlandse consument dit ook via een duurder product.

De heffing van gemiddeld € 24 is hoog, omdat passagiers die via Nederland vliegen (transferpassagiers) deze belasting niet hoeven te betalen. Dat maakt een enorm verschil.
Van de 46 miljoen passagiers op Schiphol in 2006 waren er 19 mln overstappers. Zij hoeven straks helemaal niets te betalen. De bijna 15 mln Nederlandse vertrekkende en terugkomende passagiers moeten de heffing van totaal 350 mln. wél betalen.

2. De voorgestelde vakantiebelasting draagt niet bij aan een beter milieu
Regelmatig wordt de vakantiebelasting een milieumaatregel genoemd, omdat vliegen belastend is voor het milieu.

Het vliegverkeer draagt inderdaad bij aan het broeikaseffect, maar slechts voor 2 á 3% CO2 uitstoot . Het vliegverkeer dient uiteraard deze belasting van het milieu zoveel mogelijk te beperken. Daarom zijn de afgelopen jaren door de luchtvaartsector zelf vele maatregelen genomen in de vorm van veel zuinigere en schonere motoren en modellen.
Door de Europese Commissie zijn inmiddels maatregelen voorgesteld, waarbij vliegtuigmaatschappijen hun uitstoot van schadelijke gassen dienen te compenseren. Volgens deze EU-plannen zal in 2011 het Emission Trading Scheme (ETS) voor de luchtvaart worden ingevoerd. Deze maatregelen stimuleren airlines te investeren in zuiniger vliegen, zodat men dan minder emissie hoeft te betalen. Heffing vindt dan plaats bij de (vervuilende) bron, de luchtvaartmaatschappij, en niet bij de eindgebruiker, de consument.
Dit leidt waarschijnlijk tot een verhoging van de ticketprijs. Toch ondersteunt de ANVR deze plannen, omdat de emissieheffing zo de zwaarste vervuilers het meest belast en schoner vliegen stimuleert.

De nu voorgestelde vakantiebelasting stimuleert echter op geen enkele wijze schoner vliegen. Of je nu in een zuinig of zeer onzuinig vliegtuig stapt, voor de heffing maakt dat geen verschil. Het Milieu- en Natuur Plan bureau heeft berekend dat het effect van een belasting op vliegtickets voor het milieu marginaal is .

Door het invoeren van de vakantiebelasting kunnen vliegtuigmaatschappijen minder geld investeren in betere, schonere vliegtuigen. De opbrengst van de belasting wordt door de regering in het geheel niet gebruikt om schoner vliegen te stimuleren.

De berekende opbrengsten van de jaarlijkse vliegticketbelasting (€ 350 mln.) lopen in het regeerakkoord door in 2011 en 2012. Dit betekent dat de reiziger na het jaar 2010 dubbel wordt gepakt: hij betaalt dan én ETS (emissie) én ticketbelasting.

3. Reizigers wijken uit naar buitenlandse luchthavens door vakantiebelasting
Nederland is geen eiland. In de ons omringende landen België en Duitsland wordt geen vakantiebelasting ingevoerd. Voor miljoenen Nederlanders zijn de luchthavens van Düsseldorf, Weeze of Brussel een alternatief om de hoge vakantiebelasting te vermijden.
Dit betekent niet alleen vele milieuvervuilende autokilometers extra rijden, maar ook dat Nederland flinke inkomsten misloopt. De effecten voor de regionale luchthavens zijn het grootst. Berekeningen laten zien dat tussen de 6 en 16% minder gevlogen zal worden via deze luchthavens. Het CPB houdt rekening met een 15% minder passagiers . Als dit ook nog eens leidt tot het stopzetten of verschuiven van vluchten door vliegtuigmaatschappijen naar luchthavens buiten Nederland zijn de gevolgen vele malen groter.

4. De vakantiebelasting is niet goed voor de Nederlandse economie
De directe en indirecte effecten van een belasting op vliegtickets zijn onderzocht. Als een vast bedrag op ieder ticket wordt gelegd, zal het totale negatieve effect op de Nederlandse economie neerkomen op een bedrag van meer dan € 1 mld .
Het bezoek van buitenlandse toeristen aan Nederland wordt een stuk duurder door het opleggen van een vakantiebelasting, waardoor men sneller zal uitwijken naar andere landen.

De toeristische sector in Nederland wordt geconfronteerd met een enorm omzetverlies, omdat elke buitenlandse bezoeker gemiddeld meer dan € 350 per dag besteedt in Nederland.
Ook de werkgelegenheid komt onder druk te staan: alleen al de afname van het aantal arbeidsplaatsen bij de directe passagiers- en vliegtuigafhandeling zal enkele duizenden bedragen.
Daarnaast, gelet op het bestedingspatroon van buitenlandse passagiers in Nederland, zijn de effecten ten aanzien van werkgelegenheid veel groter en dreigt een verlies van circa 12.000 arbeidsplaatsen!

5. De vakantiebelasting is mogelijk in strijd met internationale afspraken en regelgeving
Internationaal heeft Nederland afgesproken geen heffingen aan het vliegverkeer op te leggen (Verdrag van Chicago) en niet te discrimineren naar land van herkomst. Nederland kan niet verdragen sluiten en nu vervolgens zich er niet aan houden.

De nu voorgestelde heffing is niet eerlijk: passagiers die via Nederland reizen (transfer) hoeven bij vertrek vanaf Nederland de heffing niet te betalen, omdat deze transferpassagiers worden uitgesloten van de heffing. In de praktijk betekent dit dat u als Nederlandse reiziger de volledige belasting moet betalen, maar uw buitenlandse buurman in het vliegtuig, die Schiphol als tussenstop gebruikt, niet!

De overheid lijkt hiermee ook in strijd te handelen met de Europese regels. Eerder al voerde de overheid op Malta een dergelijke heffing in. Eind juni 2007 heeft de EU een formele klacht ingediend bij het Europese Hof tegen de Maltese overheid .
Moet Nederland straks ook door de Europese Commissie op de vingers worden getikt?

Of de vakantiebelasting inderdaad in strijd is met de door Nederland internationaal gemaakte afspraken is op dit moment niet met zekerheid te zeggen, omdat verder nog niets bekend is, afgezien van het voornemen in het regeerakkoord.

Tenslotte 
Het is niet handig en verstandig een nieuwe belasting in te voeren: alleen in Nederland en zonder overleg met de buurlanden. Het Kabinet zegt zelf over heffingen en belastingen (blz. 21 Coalitieakkoord, 7 februari 2007): "De noodzaak van een Europees gelijk speelveld zal hierbij niet uit het oog worden verloren".

Hoezo vakantiebelasting?


Deel en print
Gerelateerde Tags